Persberichten

Persberichten

Hij was ooit een grote begrafenisondernemer met 20 man personeel. Toch begon Har Schuren (69) helemaal opnieuw met vrouw en dochters. Ik schrok ervan wat een begrafenis kost. Dat moet echt goedkoper kunnen’.


“Wat ik je nu ga vertellen, krijg je niet verzonnen. Mijn vader Thei was verzekeringsagent maar vanaf 1955 ook begrafenisondernemer én koster. Hij was meer in de kerk te vinden dan thuis. Dagelijks twee missen en op zondag zelfs drie. Daarnaast had hij wekelijks wel een begrafenis. In 1984 werd het hem allemaal wat veel. Ik werkte destijds al 18 jaar als boekhouder bij een elektrogroothandel. In april werd besloten dat ik alsnog bij vader in de zaak zou komen. En weet je wie ik één week later als eerste moest begraven? M’n eigen vader. De man die z’n halve leven aan de kerk had gewijd, stierf op 69-jarige leeftijd in zijn eigen kerk’ in Linne. In het bijzijn van meneer pastoor. Dat is nog eens wat je noemt sterven in het harnas’. Vanaf dat moment hebben mijn vrouw Marion en ik met volle overgave de zaak uitgebouwd.


Marion was de eerste vrouwelijke uitvaartleidster van Zuid-Nederland. Zij heeft het gastvrouwschap in de vingers. Schuren werd een begrip in Limburg en we groeiden van vijftig naar meer dan driehonderd uitvaarten per jaar, hadden twintig personeelsleden, eigen rouwauto’s en een eigen drukkerij. We kregen regelmatig de begrafenis van kinderen, omdat mensen wisten dat we zelf ook een meisje - ons Désireeke - hebben verloren. We kennen het verdriet van heel dichtbij. De dood hoort bij het leven, maar niet bij kinderen. Dat is misschien wel Gods grootste onrechtvaardigheid. Desondanks ben ik een zeer gelovig mens gebleven. Ik sta elke morgen op met een weesgegroetje en steek iedere dag in ons eigen kapelletje een kaarsje op. Uit dankbaarheid dat ik gezond ben.”


Honderd euro

“Ik zwem nog elke morgen duizend slagen en ben nog nooit bij de dokter geweest (afkloppen). Ik ben dankbaar voor m’n goede leven. En dan heb ik het niet over materiële dingen. Ik ben en blijf een eenvoudige jongen van het dorp. Ik zeg altijd, zo lang je honderd euro in de beurs hebt, heb je niks te klagen. Waar ik ook dankbaar voor ben, is mijn familie. Ik heb één zus en drie broers en we zijn hecht samen. Wat niet wegneemt dat we alle vijf grote sjtraevelieers zijn. We willen allemaal altijd ons gelijk halen, over de meest onnozele dingen. Zegt de een spa kost bij de Aldi 69 cent’. Zegt de ander: maar nee, inmiddels 71 cent’. Zegt de eerste weer: kan niet, ben er gisteren nog geweest’. En dat gaat zo maar door. Dat sjtraevele is een typisch Schuren-trekje.”


“Een ander trekje is dat ik altijd wil winnen, of het nu met kaarten, golfen of met de carnavalsoptocht is, waar ik al 22 jaar met mijn vaste maat René in meeloop. Mijn grote helden zijn ook echte winnaars met karakter: John F. Kennedy, Muhammed Ali, Toon Hermans, Max Verstappen. En euhh Feijenoord. Een club zonder spatjes. Ik heb een broertje dood aan kouwe kak. Ik hou van vrolijke mensen, zonder poeha. Het is misschien raar om uit mijn mond te horen, maar ik ben carnavalist tot in de kist. Marion en ik zijn bloedserieus met ons vak bezig, maar ik ben evengoed ook de gangmaker, de levensgenieter die bij de polonaise voorop loopt. Dat is mijn uitlaatklep voor alle verdriet waar je mee geconfronteerd wordt. Zoals ik ook ’s avonds graag eropuit trek met mijn scootertje. Effe naar de Maas, effe alleen. Effe haren in de wind kan ik helaas niet meer zeggen. In de kern ben ik een gevoelige einzelgänger. Maar ook een zorgzame en bezorgde kindervriend. Ik waak altijd over mijn (klein)kinderen. Ik weet maar al te goed dat het draadje tussen leven en dood heel dun kan zijn.”


Natte ogen

“De dood is m’n brood, maar het wordt nooit iets vanzelfsprekends. Ik krijg er nog regelmatig natte ogen van. Zeker bij de begrafenis van kinderen, maar soms ook bij iemand van 90 jaar. Klinkt raar, maar met sommige doden heb je een klik. Ik geloof ook dat er iets is na de dood. Wát, weet niemand, maar er zijn signalen. We begroeven ooit een prominent lid van de carnavalsvereniging De Kwekkerte. Daarna zag de beheerder van het kerkhof tot drie keer toe een levende kikker op z’n graf, hoe kan dat? Nergens water in de buurt. In 2001 hebben we Schuren Uitvaartzorg overgedragen aan Monuta. Het was allemaal te groot geworden. Ik hield de drukkerij, Marion verhuisde mee naar Herten als uitvaartleidster. Maar na een reorganisatie hield ze het in 2016 voor gezien. Ik was inmiddels 67 jaar en had er vrede mee. Maar Marion werd na verloop van tijd onrustig van alleen nog vrijwilligerswerk en huishouden. In januari van dit jaar zijn we helemaal van voren af aan begonnen. Met z’n tweeën. En ik zal je eerlijk vertellen, na zeventien jaar schrok ik zelf wat een begrafenis vandaag de dag moet kosten. Vijf- tot zevenduizend euro is al heel normaal. Sommige dingen kunnen in mijn ogen echt goedkoper. Wellicht dat Uitvaartzorg Linne het mede daarom druk heeft. Dat mag ook, want het streven is dat onze beide dochters, Annemarie en Josuine, straks de zaak overnemen. Maar eerst moeten ze er goed ingroeien, dit werk doe je namelijk niet zomaar even. Zakelijk noch emotioneel.”


‘Ossebook’

“Ik weet nog hoe ik zelf huiverde als ik ’s nachts alleen met een overledene was. Maar uiteindelijk went alles. Behalve de geur van een verdronken persoon. Daar is zelfs de grootste fles Eau de Cologne niet tegen opgewassen. Terwijl er met de moderne koeltechnieken veel verbeterd is. Ik ben ook wel met mijn eigen dood bezig. De kans dat ik eerder overlijd dan Marion is groot. We schelen tien jaar in leeftijd. Ik stond in Linne in het ossebook, omdat ik pas na m’n dertigste ben getrouwd. Ik ging graag stappen en dronk graag een glaasje. Nog altijd trouwens. Het leven is te kort om slechte wijn te drinken. Mocht het einde dan toch komen, dan heb ik een lijstje klaarliggen met vijftig trefwoorden waar ik mezelf in herken, zoals: frater familias, Apple, mosselen koken, Ere-kuulkop, woordspelingen en einzelgänger. Daar mag m’n gezin er vijftien van uitkiezen voor op mijn prentje. Het liefst zou ik begraven willen worden op een natuurbegraafplaats. Maar om praktische redenen kies ik toch voor een crematie. Ik wil Marion en onze twee dochters niet opzadelen met alle onderhoud van zo’n graf. Dan eindig ik liever in een urn en gebruiken ze mijn as maar in een halskettinkje of medaillon. Dan hebben ze me toch altijd dichtbij. Want dat is wel wat ik hoop, dat ik nog lang voortleef.”